In Harderwijk werkt een klein team met pedagogische collega’s op het Uilennest. Op deze groep helpen we jonge kinderen om zich verder te ontwikkelen. Met aandacht voor het kind achter het gedrag helpen onze collega’s met de overstap (terug) naar het (speciaal)onderwijs. Collega’s Karin, Martine, Manon en Adrianne vertellen wat het Uilennest zo bijzonder maakt.
Karin en Martine werken al lang samen op het Uilennest. In die jaren hebben zij de groep zien uitgroeien tot de specialistische dagbehandeling die het nu is. “Vroeger hadden we vaker kinderen met één duidelijke diagnose, zoals ADHD of autisme,” vertelt Martine. “Nu zien we veel vaker kinderen met meervoudige problematiek. Er speelt vaak van alles tegelijk.” De kinderen die hier komen, zijn meestal tussen de twee en zes jaar. Ze lopen vast op de peuterspeelzaal, kinderopvang, school of thuis. “Ouders komen vaak met vragen als: waarom lukt het niet? Of: wat kan ik anders doen?” vult Karin aan. “Dan zoeken we dat samen uit.”
Vaste structuur, veel duidelijkheid
De dagindeling op het Uilennest is bewust voorspelbaar. Om kwart voor negen komen de kinderen binnen. Ouders blijven nog even, dan klinkt het goedemorgenliedje en begint de dag echt. Eerst een kringmoment en daarna gaan de kinderen spelen, eten, knutselen en buitenspelen. “We werken met een vast dagprogramma weergeven met pictogrammen,” legt Adrianne uit. “Kinderen zien wat we wanneer gaan doen. Dat geeft rust.” Karin vult aan: “In principe is elke dag hetzelfde, juist die structuur helpt kinderen om zich veilig te voelen.” Kinderen werken aan zowel groepsdoelen als individuele doelen. De een leert wachten op zijn beurt, de ander juist initiatief nemen of omgaan met gevoelens.
Leren op de groep en thuis
Op het Uilennest draait het niet om rekenen of taal, maar om de basis die daarvoor nodig is. “We oefenen luisteren, samen spelen en omgaan met gevoelens,” vertelt Manon. “Dit oefenen we gedurende de dag tijdens het spelen en in het contact met elkaar.” Daarbij kijken onze collega’s niet alleen naar gedrag, maar vooral naar wat erachter zit. Dat maakt de aanpak anders dan bijvoorbeeld op school. “Gedrag komt ergens vandaan,” zegt Martine. “Als je dat begrijpt, kun je een kind echt helpen.” Ouders spelen hierin een belangrijke rol: “Het werkt alleen als ouders thuis ook meedoen, daarom is er veel contact. We spreken ouders dagelijks en hebben regelmatig gesprekken over de voortgang.” Ouders kijken ook mee op de groep. “We horen vaak: wat zeggen jullie nou precies? Dan geven we deze aanpak letterlijk mee, zodat kinderen zowel op de groep als thuis dezelfde duidelijkheid ervaren,” vult Martine aan.
Kinderen kunnen op jonge leeftijd, zo vroeg mogelijk in hun ontwikkeling heel veel leren
Een sprong vooruit
Op de groep zitten maximaal tien kinderen. “We hebben daardoor veel aandacht voor alle kinderen, we zien wat een kind nodig heeft,” zegt Martine. Dat maakt dat er in relatief korte tijd veel kan veranderen. Manon blikt terug: “Soms is er een kind dat niet in contact komt, veel huilt en zich verstopt. Het is zo mooi om te zien dat aan het eind van het behandeltraject ook deze kinderen lachend rondrennen en spelen met anderen. Dan zie je echt een sprong vooruit.”
De volgende stap
Een behandeltraject duurt gemiddeld ongeveer tien maanden. In die periode wordt steeds gekeken naar de volgende stap die bij een kind past. “We werken ergens naartoe,” zegt Karin. “Een plek waar een kind weer mee kan doen, of dat nu regulier onderwijs is of speciaal onderwijs.” Daarmee is het Uilennest juist in een vroeg stadium belangrijk.
“Kinderen kunnen op jonge leeftijd, zo vroeg mogelijk in hun ontwikkeling heel veel leren,” zegt Adrianne. “Je geeft kinderen iets mee waar ze de rest van hun leven mee verder kunnen. Dat is waar we het voor doen,” bevestigt Karin.
Samenwerken als team
Het werk op het Uilennest is intensief, maar volgens het team ook juist heel mooi en dat doen ze samen. “We zijn allemaal verschillend, maar dat is juist onze kracht,” zegt Martine. “De één is directer, de ander wat genuanceerder. We vullen elkaar aan en kunnen ook leren van elkaars werkwijze.” Die samenwerking is ook praktisch voelbaar op de groep. “Als het even niet lukt, neem je het van elkaar over,” legt Karin uit. “Dat is heel fijn.” Humor speelt daarin een belangrijke rol, vertellen ze. “Je komt soms best heftig verhalen tegen,” zegt Manon. “Dan moet je ook kunnen lachen met elkaar. Anders wordt het te zwaar.” Door die openheid en samenwerking voelen collega’s zich gesteund en dat merkt uiteindelijk ook het kind.