Back on Track bestaat inmiddels zeven jaar en ontstond uit een vraag van kinderrechters en de gemeente Roermond om een intensief ambulant traject als alternatief voor JeugdzorgPlus. Het traject bestaat altijd uit dezelfde drie bouwstenen: gesprekken met ouders en jongeren, de training Verbindend Gezag en het ouder‑kindweekend. Die drie onderdelen grijpen in elkaar. Je kunt er geen één uit halen, anders mis je iets essentieels. Claudia Simonis begeleidt deze trajecten samen met drie collega’s. ‘Wat begon als een idee, groeide uit tot werk dat voor mij heel betekenisvol voelt.’
Werken zonder boekje, vanuit echt contact
Wat haar zo aanspreekt aan Back on Track, is dat ze kan werken vanuit ervaring, vertrouwen en echt contact. ‘Er gaat hier niets volgens een boekje. Er is geen handleiding of afvinklijstje. Het ene moment duik ik in het verleden van een ouder, het volgende moment help ik zoeken naar dagbesteding voor een jongere. Dat maakt het interessant en leuk.’ Maar niet elk traject verloopt soepel. ‘Soms lukt het ouders niet om te reflecteren en vraag je je af wat schadelijker is: doorgaan binnen het gezin of toch een uithuisplaatsing.’ In zulke momenten is het team van onschatbare waarde. Samen voelen ze verantwoordelijkheid. Niet alleen voor de jongere, maar ook voor de andere kinderen in het gezin.
Altijd met z’n tweeën voor een gezin
Elk gezin wordt bewust door twee begeleiders ondersteund: één voor de jongere en één voor de ouders. Later in het traject, dat meestal één tot anderhalf jaar duurt, werken ze toe naar herstel van vertrouwen en verbinding tussen ouders en kind. Claudia kent niet alleen haar eigen trajecten, maar ook die van collega’s. ‘Gezinnen pauzeren niet als iemand ziek of met vakantie is. Maar het gaat verder: we denken met elkaar mee, helpen elkaar door complexe situaties en voorkomen dat we vanuit een blinde vlek handelen. We zijn allemaal ervaren, maar hebben een andere achtergrond, dus feedback kunnen geven én vragen is heel waardevol.’
Kleine momenten die groots voelen
Sommige verhalen blijven altijd hangen. ‘Zoals de moeder met een verstandelijke beperking en haar dochter die overal overheen ging. Toen we hun geschiedenis ontrafelden, kwam er eerst schaamte bij de moeder, maar uiteindelijk begrip en erkenning. Ze hebben nu de taal gevonden om het samen te bespreken.’ En het meisje dat na vier jaar thuis weer naar school durfde: ‘Klein en tegelijk zó groots. Het laat zien hoeveel veerkracht jongeren hebben. Dan ben ik echt wel trots.’
Wat dit werk met je doet
Wat Claudia meeneemt naar huis is vooral: beschikbaar zijn. ‘Niet alleen aanwezig, maar met aandacht.’ Dat maakt haar dankbaar voor de kleine dingen in haar eigen grote gezin. En soms zijn het juist jongeren die haar iets leren. ‘Een jongere zei ooit: “Het gaat niet om motivatie, maar om discipline.” Zo simpel, zo raak. Dat zeg ik nu regelmatig tegen mezelf. Je moet het gewoon doen!’