Achter die manier van werken staan collega’s zoals Moniek, MDFT-therapeut bij Pactum. Ze begon in 20208 als jeugdzorgwerker op de groep en vanaf 2019 is zij MDFT-therapeut. Sindsdien stapt ze de huiskamers binnen van gezinnen, om daar samen met ouders en kinderen aan verandering te werken.
In het gezin ligt de geschiedenis, de pijn en de kracht
‘Ik zie dat ouders vaak wantrouwend zijn naar hulpverlening. Bang om hun kind kwijt te raken. Terwijl MDFT (multidimensionale familietherapie) juist vaak een uithuisplaatsing kan voorkomen. Een kind hoort in de basis bij zijn of haar ouders op te groeien, als dat veilig kan. Niet omdat ouders alles perfect doen, maar omdat het gezin als geheel de plek is waar je geschiedenis, je pijn én je kracht liggen. Ik geloof ik erin dat wij als MDFT-therapeuten een bijdrage kunnen leveren aan een betere relatie tussen gezinsleden. Het liefst doen we dit terwijl het kind thuis woont, maar ook wanneer dit (tijdelijk) niet kan blijven ouders de ouders en dus een van de belangrijkste personen in het leven van een kind.
Enorme loyaliteit
De kracht die ik steeds opnieuw zie, is de loyaliteit van kinderen naar hun ouders. Die loyaliteit is enorm, ook als er veel mis is gegaan. Ouders voelen zich soms machteloos en hopen dat er een hulpverlener komt die hun kind ‘fixt’. Maar juist ouders zijn de sleutel tot verandering. Zij zijn uiteindelijk krachtiger dan wie dan ook in het leven van hun kind.
Kwetsbaar durven zijn
Die loyaliteit zie ik niet alleen in mijn werk, maar herken ik ook thuis. Ik heb zelf een samengesteld gezin: één zoontje en een bonusdochter en -zoon. De basis is gelukkig goed, maar door mijn werk heb ik nog meer geleerd hoe belangrijk het is om met elkaar te praten. Over wat je voelt, wat je nodig hebt en hoe iets voor de ander is. Daar woorden aan geven, en kwetsbaar durven zijn, neem ik elke dag mee naar huis.
Momenten die me raken
Daarom kijk ik in MDFT altijd naar het hele gezinssysteem. Vaak is er één aangemeld kind of jongere, maar het hele gezin inclusief broertjes en zusjes dragen net zo goed de gevolgen van alles wat er thuis gebeurt. Ik wil hen allemaal zien en horen. Ik denk aan een meisje waarvan haar broer uit huis was geplaatst. Zij had veel gezien en meegemaakt. Haar ouders waren aan het overleven en konden er emotioneel weinig voor haar zijn. In de gesprekken mocht zij haar verdriet en boosheid eindelijk een plek geven, iets wat ze eerder liever niet deed uit zorg naar haar ouders. Dat zijn momenten die me raken.
Gezin centraal
Ik ben geregeld de zoveelste hulpverlener die over de vloer komt. Dan kost het tijd om vertrouwen op te bouwen. In gezinsgesprekken laat ik gezinsleden tegen elkaar uitspreken waar ze trots op zijn, of wat ze elkaar gunnen en hoe ze zich voelen. Het gaat niet om mijn analyses, maar om die van hen en om de woorden die zij elkaar geven. In mijn werk als therapeut ben ik meerzijdig partijdig: ik zet me in voor de jongere én voor de ouders, ga naast hen staan, zet hun relatie centraal en breng hen weer bij elkaar.
Verbinding
Ik ga met een goed gevoel naar huis nadat er mooie gesprekken hebben plaatsgevonden tussen gezinsleden. Bijvoorbeeld een ouder die zijn eigen pijn onder ogen durft te zien en hulp zoekt, een kind dat niet langer de schuld krijgt van alles, een gesprek op school waarin ouders stevig maar liefdevol voor hun kind gaan staan. Als er vanuit kwetsbaarheid weer verbinding ontstaat, weet ik: hierom doe ik dit werk.
Relationeel
Wat ik kinderen en gezinnen het meest gun, is dat schuld niet de hoofdrol speelt. Schuldgevoelens kunnen zo vernietigend zijn. Ik wens kinderen ouders toe die hun kind niet verantwoordelijk maken voor de problemen thuis. Alles is relationeel: het verleden van ouders, geven ze door aan hun kinderen. Als we dat samen durven onderzoeken, ontstaat er ruimte voor iets nieuws.’