Daisy werkt inmiddels drie jaar als jeugdzorgwerker op deze groep, nadat ze eerder vijf jaar in de flexpool heeft gewerkt. “Dit is echt mijn ding: werken met de meiden. De leuke dingen zoals kletsen en tutten, maar ook het pittige. Ze kunnen snel wisselen in hun humeur. Dat vind ik juist interessant. Ik doe het nog steeds met heel veel plezier.”
Voor Daisy stopt het werk niet bij de zorg. “Ik vind het belangrijk dat de meiden iets extra’s hebben, juist omdat ze een moeilijke tijd doormaken.” Wat begon met het benaderen van een lokale supermarkt voor wat extra’s tijdens de feestdagen, groeide al snel uit tot iets groters. Ze benaderde bedrijven, maakte gebruik van lokale initiatieven en kreeg zelfs via influencers, zoals Make me Blush en Rebecca Denise, kleding, sieraden, make-up en verzorgingsproducten.
Het resultaat is een eigen winkeltje op de groep. Een slaapkamer werd omgebouwd tot een plek waar meiden zelf iets kunnen uitzoeken, van kleding en make-up tot spulletjes voor hun kamer. “Kinderen die hier komen en niets hebben, krijgen spullen uit het winkeltje. Andere jongeren kunnen bonnen verdienen die ze daar mogen besteden.”
Die bonnen verdienen ze door te werken aan hun doelen, die dagelijks worden besproken. “De meiden zijn super enthousiast. Ze vinden het soms moeilijk om te kiezen, omdat er hele mooie spullen tussen zitten. Maar ze vinden het echt geweldig dat dit er is.”
Ook buiten het winkeltje zelf zorgt dit voor mooie momenten. Zo konden er met Sinterklaas speciale cadeaupakketten voor de meiden worden samengesteld en organiseert het team van de Olivijn bingoavonden waarbij spullen uit de winkel te winnen zijn. Dat maakt het niet alleen praktisch, maar ook leuk en verbindend.
Daisy doet dit niet alleen. “De technische dienst heeft rekken en schappen gemaakt en het team hielp met inrichten en promoten. We hebben dit echt samen neergezet.”
Het winkeltje draait nu een maand en is al een succes. Daisy hoopt dat het anderen inspireert. “Het kost tijd, maar het levert zoveel op. Ik hoop dat meer groepen dit oppakken voor hun jongeren.”